Ons huis verkocht.

We hebben ons huis in Zaandam verkocht. Op 15 september 2026 was de overdracht. Een jong stel, nog aan het begin van hun gezinsleven, is de nieuwe eigenaar. Dat voelt goed, de volgende generatie neemt het over. We hebben echt alles laten staan en het stel was er blij mee. Het maakt de start in zo’n groot huis een stuk makkelijker als je van 44 vierkante meter komt.
Na aftrek van de hypotheek en makelaarskosten is er een aanzienlijk bedrag op onze spaarrekening gestort. We hebben eigenlijk nooit iets afgelost. We gebruikten het geld liever nu dan later, want later is geld een stuk minder waard dan vandaag. Het heeft goed uitgepakt: ons huis was inmiddels vijf keer zoveel waard geworden.
Na de ondertekening bij de notaris stonden we op 15 september 2026 om 14:45 buiten op de stoep. Dakloos, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Misschien dringt het nog niet helemaal door, maar op de een of andere manier voelt het gewoon. Zo moet het zijn. Dit is wat we al jaren wilden en het is voor ons de volgende stap in ons nomadische bestaan.
Velen zullen ons voor gek verklaren, anderen denken aan alles wat er fout zou kunnen gaan. Wat als dit, wat als dat. Maar als je je leven laat leiden door “als”, is het voorbij voor je er erg in hebt. Voor ons is dit wat we willen doen, zonder “als”. Tijdens onze reizen komen we bovendien genoeg mensen tegen die hetzelfde doen. Er zijn misschien meer nomaden dan de meesten van ons denken.
We konden nog één nachtje bij onze dochter in Assendelft slapen en stapten de volgende dag rond 16:00 uur op de trein naar Schiphol. Om 21:00 uur zaten we in het vliegtuig naar Abu Dhabi en van daaruit vlogen we verder naar Colombo, Sri Lanka.
Ambalangoda, Sri Lanka
Na zo’n 14 uur reizen kwamen we aan op Bandaranaike International Airport bij Colombo. Daar werden we met een busje opgewacht door Ishaan en Chaturi. Na een hartelijk weerzien reden we nog twee uur naar Ambalangoda, waar de villa staat die we hebben gehuurd.

De villa is groot: vijf slaapkamers met de nodige badkamers, een grote keuken, een heerlijke tuin en een zwembad. Het is allemaal op z’n Sri Lankaans, echte luxe kennen ze hier niet. Dat is ook niet nodig om het naar je zin te hebben.
Naast de villa ligt wel een spoorlijn waarover de treinen tussen Colombo en Galle heen en weer pendelen. Het is een enkelsporig lijntje, maar er rijden meerdere treinen per dag. Bij sommige stations liggen extra sporen waar ze elkaar kunnen passeren. Ze rijden vanaf net na vier uur ’s ochtends tot ongeveer middernacht. Het zijn oude dieselloks, die hoor je zeker. Ze blazen soms een rookpluim uit en ze toeteren erg veel. Het is hier gewoon om over het spoor te lopen. Dat is makkelijker en ook veiliger dan over de drukke Galle Road, waar geen voetpaden zijn.
Overigens is het spoorlijntje prachtig. Het loopt helemaal langs de kust en door veel kleine dorpen. Er is ook een soort intercity die een aantal dorpjes overslaat. Een treinrit van Colombo naar Galle, of nog verder, is een prachtige bezigheid. Kies wel een goede dag en tijd, anders moet je aan de deuren hangen. Wij maakten die fout al eens door de dag na het Sri Lankaanse nieuwjaar naar Negombo te reizen. Wat een martelgang was dat.
We hebben een scooter gekocht, maar in bruikleen gegeven aan Ishaan. Daarmee kunnen wij boodschappen doen of naar een ander dorp of stadje rijden. Voorlopig zitten we echter veel bij de villa.
Het is nog steeds regenseizoen. Het kan ineens hard gaan stormen en regenen, en dan wordt het soms ook binnen nat. De deuren hebben open lamellen, dus bij harde wind waait de regen naar binnen. Niet erg, maar op de gladde plavuizen is het wel even opletten.
We wonen hier met z’n vieren, want onze vrienden zijn meegereisd. We willen zes maanden blijven, ook omdat het visum maximaal zes maanden toestaat. Verlengen tot 290 dagen kan, maar dan kom je in de problemen met belastingen en eventuele uitkeringen. Het huidige idee is om daarna naar de Filipijnen te gaan om het daar te ontdekken. Wie weet is dat ook een leuke plek voor een langere periode.
Wennen aan Ambalangoda
Het wordt de komende tijd weer wennen aan een nieuwe omgeving. We zijn hier al vaker geweest, maar nu is het toch anders: we zijn meer op onszelf aangewezen, want er is geen hotelpersoneel. Dat maakt het avontuurlijker en uitdagender.
Eten kunnen we overal in de omgeving en het zijn geen grote bedragen. Voor onze keuzes betaal je gemiddeld tussen de 10 en 15 euro per persoon, maar het kan ook veel goedkoper. In een restaurant bestel je hier altijd gezamenlijk. Je kiest één rijst, en dat is vaak voldoende voor een heel gezin. Daarbij kies je wat vlees of vis en een groentecurry. Als toerist kan het misgaan als je dat niet weet. Dan bestelt ieder voor zich en krijg je eten voor de hele buurt, of je krijgt allemaal een portie voor één persoon en betaalt dus vier keer de prijs.
Sri Lanka economie.
Het is zwaar voor de mensen in Sri Lanka. Niet voor iedereen, maar voor de gemiddelde burger valt het niet altijd mee. Zeker nu, in het laagseizoen zonder toeristen, probeert iedereen zijn hapje bij elkaar te scharrelen. Sommigen maken gebruik van de naïviteit van de toerist, anderen gaan scammen, en dan heb je ook nog de hardwerkende mensen.
Door de oorlog in het Midden-Oosten is olie duurder geworden en zijn toeristen bang om naar Azië te vliegen, dus is het nog zwaarder geworden. Toch klaagt niemand. Men zoekt naar mogelijkheden, niet naar onmogelijkheden.
Buiten de grotere steden is er in Sri Lanka geen infrastructuur voor afvalverwerking. Iedereen moet het zelf regelen. Overal zie je daarom kleinere en soms grotere afvalbergen, die regelmatig in brand worden gestoken. Gezond is dat niet, want de geur van plastic draagt ver.
Ook het verkeer is niet het schoonste van de wereld. Bussen, vrachtwagens en pāggio’s (diesel-tuktuks) blazen zwarte walmen uit. Ze geven altijd vol gas, want ze kennen maar twee standen: voet omlaag of voet omhoog. Ook de trein die langs ons huis raast, blaast de dieselrook ongefilterd de lucht in. Dat betekent veel fijnstof. Wij zitten vlak aan zee, waar het vaak waait en het fijnstof zich verspreidt, maar ik moet er niet aan denken om zes maanden in Kandy of Colombo te zitten.
De smaragd in de Golf van Bengalen
Sri Lanka is een prachtig (ei)land, vol groen. De bijnaam is de parel van de Indische oceaan. Hier en daar is er nog regenwoud en er zijn vele natuurparken met heel veel verschillende dieren. En dan de mensen: ik denk dat het de vriendelijkste mensen van Azië zijn. Altijd geïnteresseerd, trots op hun land, vredelievend en met eerbied voor het leven.
Ik heb het al vaker geschreven, en ik kan het alleen maar aanraden: kom het zelf ervaren, wat je ook zoekt voor je vakantie. Je kunt surfen in het zuiden, cultuur snuiven in het hele land, of naar de bergen en theeplantages gaan. Overal zijn nationale parken voor een kleine safari. Whalewatching kan in het zuiden, oosten en noordwesten, afhankelijk van het seizoen. Er zijn prachtige snorkel- en duikplekken.
Sri Lanka heeft zoveel te bieden. Het land en de bevolking verdienen de toeristen die ze hard nodig hebben.
