Indonesië, rondreis Java en Bali

Vlucht van Penang naar Yogyakarta

Om 04:00 je bed uit na iets meer dan 3 uur slaap is erg wreed. Maar we waren niet de enige die vroeg op moesten, de grab chauffeur was er ook erg vroeg bij, ’n kwartier te vroeg. De rit naar het vliegveld van Penang duurde slechts ’n half uur, dat is dan weer een voordeel. Weinig verkeer op de weg, normaal kan de rit wel tot ’n uur oplopen.
De vlucht van Penang naar Kuala Lumpur, met AirAsia, ging ook vlot. 20 minuten sneller dan gepland.We hadden inmiddels wel ’n bericht ontvangen dat de vlucht vanaf Kuala Lumpur een vol uur vertraging had. Dus lekker ruim de tijd voor de transfer. Om 08:30 zaten we al aan de koffie bij de gate, dus 2 uur tijd over. Dat is wel even anders dan de vorige keer toen we naar Indonesië, Bali Denpasar, vlogen. Toen moesten we rennen omdat de vlucht vanaf Penang vertraging had. En werden we door een werkschuwe medewerkster van Batik Air bijna op een vlucht voor de volgende dag gezet. Batik Air staat sindsdien ook op onze lijst van te mijden luchtvaartmaatschappijen. Op de lijst staat eigenlijk alleen Batik Air.
De vlucht zelf was ook weer prima en duurt zo’n 2 ½ uur. Het is wel een zeer uitgeklede vlucht, bij AirAsia is er helemaal geen service. Zelfs geen flesje water gratis. Bij vertrek en aankomst kwam er damp in de cabine. Bij ons was het tijdens het vertrek zo erg dat je geen hand voor ogen meer kon zien. Er zijn verhalen dat het om verdelgingsmiddelen gaat, maar daarvoor wordt handspray gebruikt. Het is condens (waterdamp) uit het airconditioningsysteem van het vliegtuig. Dit komt vaak voor bij maatschappijen in warme, vochtige klimaten zoals Maleisië en Indonesië.

Yogyakarta

Op het vliegveld van Yogyakarta was het zoals op elk ander vliegveld. Een week voordat we onze vlucht namen waren de immigratie eisen aangepast. Maar we hadden dat al vernomen dus alle papieren waren prima in orde. In Azie veranderd er op het moment veel aan visa eisen. En overal heb je een “Digital Arriving Card” in te vullen. Bijna alles verloopt online, helaas zijn de websites van de overheden niet de beste en meest foutloze. En in sommige gevallen zelfs irritant bureaucratisch. Gelukkig heb ik wel wat ervaring met computersystemen, ook die van een overheidsinstantie.

Vliegveld Yogjakarta

Buiten werden we opgevangen door Jordy en Jaydn, die waren al eerder in Yogyakarta aangekomen. Die hebben er al 2 weken rondreizen opzitten, hier vind je hun verhaal.

Onze dochter Areanne , kleinkinderen met hun vriend en vriendin, en de schoonouders van Areanne zijn ook onderweg naar Yogyakarta. We hadden nog tijd dus even samen met de chauffeur naar een restaurant. Wat eten maar zeker ook voor een biertje, bintang time! Maar een biertje op Java drinken bleek toch wel een uitdaging te zijn.

Op naar Malagan

We waren al op het vliegveld Medan terug toen de Nederlandse reizigers zich bij ons voegden. Uiteraard weer een heerlijk weerzien. Samen met onze chauffeur Yonathan is de groep 11 personen groot en gaan we een toeren op Java en Bali. Onze dochter heeft een afwisselende toer in elkaar gezet met cultuur, activiteiten en rust.
De rit naar Malagan waar ons hotel stond duurde ook nog ff 1 ½ uur. Dus Yonathan moest nog even bij een verborgen wine-shop een biertje voor de mannen onder ons halen. Toch wel handig een chauffeur die de weg en spraak kent, en dat bleek in de komende weken wel vaker.

En in het hotel even genieten van het weerzien en uiteraard weer een koude bintang…
Na het eten en een laatste stop aan de lounge bar waren we allemaal wel toe aan slaap, dus trok iedereen zich terug naar de slaapkamers.

Simkaarten Indonesië

De volgende ochtend niet zo heel vroeg op en met z’n allen heerlijk ontbeten. De meeste van ons namen een Europees ontbijt en een enkeling namen toch meer een Aziatisch ontbijt met nasi goreng of noodles.
Ik vind het heerlijk om in de ochtend een goed Aziatisch ontbijt te nemen, lekker pittig ook.
Er stond voor deze dag niet veel op de agenda. Een bezoek aan een winkelcentrum iets verderop en het scoren van simkaarten voor iedereen. De simkaart die je op het vliegveld koopt zijn speciaal voor toeristen en ook een stuk duurder. Ben je alleen is dat geen issue, maar met 10 personen heb je toch als snel wat bintangs terug verdient wanneer je dat anders aanpakt.
De aanschaf van die sim bleek toch wel een uitdaging. Je kunt die niet bij een lokale supermarkt kopen zoals in Sri Lanka, Thailand of Maleisië. Dus gezocht naar de juiste winkel en daar kreeg het personeel niet vaak zo een groep buitenlanders die allemaal een simkaart wilden. En dus duurde het wel even (uren) voordat iedereen een simkaart had. De registratie van een simkaart is hier een heel proces. Een van de stappen is het scannen van je paspoort in een speciaal daarvoor apparaat. Laat die nou het niet aankunnen die Nederlandse paspoorten, het personeel moest dus elk paspoort met de hand in het systeem invoeren. Dat kost nog eens extra tijd. Ook was het personeel het Engels niet echt machtig wat dus ook de nodig probleempjes gaf. En daar kwam dus ook weer Yonathan weer te hulp, zo fijn….

Doerians en Bintangs

Inmiddels was de temperatuur al aardig opgelopen en toen we de bus instapten zag ik dat de bomen van mijn tattoo waren gaan hangen. Duidelijk vocht te kort daar moeten we snel wat aan doen. Maar ja, Java en alcohol, dat is geen makkelijke opgave. Yonathan had wel een restaurant gevonden en belde die even op of we daar wat konden eten en een bintang konden drinken.
Ik weet niet wat Yonathan gezegd heeft tegen het personeel maar we werden als sterren onthaald. Men stond al te filmen toen we de bus uitstapten. We mochten naar de VIP ruimte helemaal bovenin waar we op een heerlijk terras konden zitten. En het personeel deed haar uiterste best bij het bedienen van onze tafel.

We hebben er heerlijk gegeten en flink wat gedronken. Op de rekening stond echter ook dat we 15 doerians hadden gehad? Geen van ons wil een doerian, al was die gratis 😉
Bij navraag bleek dat onze biertjes te zijn, die mogen niet op de rekening.
Toch rare jongens die Javanen 😉 Het zal mij verder niet boeien, of dat goudgele rakkertje nou een Bintang of een Doerian genoemd wordt. Als ze maar niet die stinkende versie serveren.

Borobudur Tempel.

De volgende dag stond de Borobudur tempel op het programma. Deze stond ook op mijn things-todo lijst dus ik was er erg blij mee. Dus in de bus en op weg naar Kedu-vallei, Midden-Java, waar deze machtige tempel ligt. Het ligt maar een half uurtje rijden vanaf Magelan, in de buurt van de Merapi vulkaan. Een van de gevaarlijkste en meest actieve vulkaan van dit moment in Indonesië.

Een bezoek aan de Borobudur is streng aan regels gebonden. Je kunt er niet zomaar naar toe wandelen. Uiteraard moet je ook nog een entree ticket kopen en je wordt er met een elektrisch karretje richting de tempel gebracht. Je wordt verdeeld over groepen van zo’n 10 personen. Je krijgt bamboe slippers die je aan moet doen. En als je niet respectvol gekleed bent krijg je ook nog de correct (lokale) kleding. En alleen onder begeleiding van een gids mag je de tempel één uur lang verkennen.


Eigenlijk kun je er wel een hele dag voor uit trekken. Wat een prachtig monumentaal 9e-eeuws Mahayana-boeddhistisch monument in Midden-Java is dit. Mahayana, letterlijke betekenis de grote school, traditie van het boeddhisme.
Als je eenmaal op de weg er naar toe loopt dan pas begrijp je hoe indrukwekkend die tempel echt is. De tempel is 123 meter hoog en je mag via de trappen naar boven. Wat een machtig bouwwerk is die tempel. Dat moet er na de bouw echt imposant hebben uit gezien, en dat doet het nu ook nog steeds.
Het is ontworpen als een driedimensionale mandala met een vierkante basis, vijf vierkante terrassen en drie ronde terrassen. Je kunt openluchtgangen verkennen, 2.672 reliëfpanelen bewonderen en 504 Boeddhabeelden bekijken.

Borobudur reliëf

Op de reliëfpanelen staan verhalen uit het leven van Siddhartha Gautama, de Boeddha van onze era.
Je ziet duidelijk dat het gebouw grotendeels gerestaureerd is. Niet alle panelen staan op de juiste plaats waardoor de reliëfs er soms vreemd uitzien.

De muur is ook niet geheel correct opgebouwd. Maar je moet de hoeveelheid aan stenen zien die daar liggen en dan begrijp je ook de haast onmogelijke taak om de Borobudur volledig en correct te restaureren.

borobudur tempel Java

Een uur is gewoon te weinig om alles te kunnen zien. Maar ik heb er enorm van genoten. Ik zal deze tempel zeker nog eens bezoeken, hoewel ik dan verwacht dat ik alleen zal moeten gaan. Ik ben erg blij dat men in plaats van het helemaal af te breken toch besloten heeft het te herstellen. Panelen in een museum en wat foto’s laten je niet ervaren hoe machtig en indrukwekkend deze tempel echt is.
De site is inmiddels een belangrijke bedevaartsoord en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

En als je dan terug komt bij de in/uitgang dan heb je het heet. Er is geen schaduw bij de Borobudur en je flesje water is zo leeg. En als dan Yonathan, onze chauffeur en caretaker, voor je een koude bintang in de bus heeft liggen, ben je zeer dankbaar.

Er volgde vervolgens een rit van een half uur over smalle weggetjes een berg op. Dat was soms wel even spannend voor de passagiers met een vorm van hoogtevrees. We kwamen boven op de berg bij een prachtig restaurant, Enam Langit.

Met uitzicht op de Borobudur en de gehele vallei en zicht op 6 vulkanen van Java. Daar hebben we uiteraard veel foto’s van gemaakt, wat was dat een prachtige verrassing. Dit vind je als toerist maar moeilijk zonder het van locals te hebben vernomen. De waarde van een Yonathan word op dit soort momenten wel duidelijk.

We hebben er natuurlijk ook gegeten en het moet gezegd worden, het was de rit allemaal waard. Zelfs een bintang stond op het menu, dus dit restaurant verdient 5 sterren op google maps.

Verjaardag gemist.

Helaas werd ik de volgende dag ziek, waarschijnlijk van de enorme kou in het vliegtuig naar Yogyakarta. Het personeel van AirAsia had gewoon heel veel problemen om het klimaat onder controle te krijgen. In het begin was het erg benauwd, toen die enorme mist en vervolgens bevriezen je ogen. En bij het landen werd de airco uitgezet. Maar je zat nog wel ’n half uur in de cabine, dus weer warm en benauwd.
Helaas heb ik daardoor ook de verjaardag van onze kleinzoon gemist. De jongen werd 18 en dat is dus wel een speciale dag. Ik was echt veel te beroerd om ook maar 5 minuten het bed uit te komen. Ik heb 3 dagen flink ziek op de hotelkamer gelegen. Monita werd 1 dag na mij ziek, dus ik heb niet de gehele tijd alleen gelegen, ook zij had dezelfde klachten.
Bedankt AirAsia, misschien toch betere apparatuur aanschaffen of je personeel beter trainen?
We waren ook te ziek om het reisschema verder te volgen en we bleven achter in het hotel. De rest begon aan een 5 uur durende rit naar Malang.
De volgende dag durfden we zelf ook de rit in een luxe privé taxi af te leggen. Rond een uur of 5 in de middag waren we weer bij de rest van de groep. Nog een beetje slapjes maar we konden weer verder.

Bromo vulkaan

Na een goede nachtrust en een ontbijt zijn we rond een uur of 1 in de bus gestapt richting de Bromo vulkaan.

Onderweg, onder aan de berg, moesten we overstappen in 2 jeeps met ieder een lokale chauffeur. En dat is maar goed ook, de weg naar de vulkaan is niet de beste weg voor een auto. Dus vandaar ook die jeeps. We reden over die smalle wegen hoger en hoger tot we bij de ingang van het Bromo park kwamen.

We moesten van de chauffeurs ons een beetje verstoppen, waarom heb ik niet begrepen. Bij de ingang stond een bewaker en reden ze door met de bewaker wat verbaasd achter zich te laten. Dat de beide chauffeurs de weg goed kenden hadden we inmiddels ook wel door. In een jeep met harde bankjes is het toch zeer oncomfortabel wanneer men als een Tom of Tim Coronel over die weggetjes racen.
Maar ook nu weer. Het landschap veranderde snel en van een weg was geen sprake meer. Het werd een rally door een vulkaan landschap met die jeeps. De vegetatie was veranderd, geen grote bomen maar heel veel struiken en bloemen. Onderweg even gestopt om ook hiervan even te genieten en om je (ouwe) botten wat rust te geven. We waren immers al dik 1 uur onderweg in die bumby jeep zonder enige vorm van luxe en comfort.

Overal zag je as liggen, je voeten in je zandalen waren al snel zwart. En ook de rest van je lichaam werd door het opgewaaide as langzaamaan donkerder. Je kreeg een mond zo droog als een uitgeknepen spons die al weken in de brandende zon lag. En natuurlijk nergens schaduw groot genoeg om even uit deze brandende zon te staan.

Na een kort rust pauze verder gereden tot we bij een plek aankwamen waar wat kraampjes stonden, paarden met begeleiders liepen en de toegang tot de vulkaan voor auto’s was gesloten.
Dat werd dus wandelen, en in die losse as en brandende zon is dat nog wel een opgave. Halverwege zag je nog een Hindoestaanse tempel staan staan, de Pura Luhur Poten. Midden in een platte vlakte van vulkaan as, omringd door bergen en vulkanen, gebouwd in een mix van Javaanse en Balinese architectuur.

Je kon er ook met een paard heen gaan, uiteraard tegen een vergoeding. Monita en onze kleindochter die wilden dat wel. Onze kleindochter omdat ze als amazone gek is op paarden. En Monita omdat ze de uitdaging van wandelen niet zag zitten.

Het was een vermoeiende wandeling,verder dan ik verwachtte, en eenmaal bij de klim naar de top aangekomen ben ik gestopt. Ik heb mijn camera aan onze kleinzoon meegeven, wellicht kan hij wat foto’s maken. Ik kon niet meer naar boven en ben dus omgekeerd. Monita die slimmerik, had nog wel voldoende energie om de klim te doen, zij is helemaal bij de kratermond geweest.
Ik heb me ondanks dat ik niet helemaal boven ben geweest, enorm vermaakt op de Bromo. En van de foto’s kreeg ik wel een prima indruk hoe de krater er van binnen uitzag.
Onze huid was inmiddels zwart van het fijne vulkaanzand dat door de wind alle kanten opgeblazen werd.
Iedereen verlangde wel naar een heerlijke douche.

De rit terug van de berg naar Yonathan en de bus hebben we deels in het donker afgelegd. En vandaar uit zijn we naar een restaurant gereden om weer een beetje op krachten te komen met wat eten en drinken. Voor sommige van ons werd het even te veel en moest er nog wat EH aan te pas komen. Waarschijnlijk gewoon de spanning en vermoeidheid. Alles verder prima verlopen, gelukkig geen verdere schade.
Terug in het hotel nog even genoten van een bintang die ook nu weer was verzorgd door Yonathan. Wat moeten we zonder die man op Java?

Taman Nasional Meru Betiri

De volgende dag moesten we op tijd het bed uit. We hadden rit gepland staan van ruim 7 uur naar Meru Betiri. Het doel is een bezoek aan het nationaal park Meru Betiri, een echte jungle op Java. Ik heb nog geen wild dier op Java gezien, behalve dan vogels en straathonden. Dus ik ben wel benieuwd.
Yonathan vertelde dat de rit geen 7 maar 11 uur gaat duren omdat we een langere weg moesten nemen omdat de origineel geplande weg was afgesloten. Maar zoals we Yonathan inmiddels kenden, hij heeft voor een voorraad bier gezorgd en onderweg is hij nog even gestopt voor een emmer ijs.
Caretaker surplus!
Het was geen gemakkelijk rit voor Yonathan. Over bergen heen met smalle en soms héél smalle wegen, en we waren natuurlijk niet de enige op de weg. En zo af en toe kwamen er best grote tegenliggers die ook nog gebruik wilde maken van de weg zo breed als een voetpad. De angst dat de bus wat over de rand van een afgrond reeds was volgens mij niet geheel ongegrond. Dus de rit was niet alleen voor Yonathan een uitdaging, ook voor sommige van ons was het soms even zweten.
Inmiddels was het donker en had Yonathan ook contact met het hotel waar we zouden overnachten. Die gaf al aan dat de weg naar het hotel in het donker toch wel een uitdaging is (zegt een local!). En hij vertelde dat een brug door overstromingen beschadigd was. We moesten met de bus door een beek rijden, volgens de man goed te doen. We rijden in een bus, niet in een jeep! De beek bleek een rivierbedding te zijn met nog een laagje stromend water. We konden vanuit de oversteek de beschadigde brug ook zien. Best even heftig om met 11 personen in een afgesloten bus de rivierbedding vol keien te oversteken.
We waren dan ook allemaal heel erg blij dat we bij het hotel aankwamen. Het was inmiddels ook al donker. En gelukkig stond de bintang al koud. Die hadden we vandaag wel verdient. Wat een avontuurlijke tocht is dat geweest, pfff.

De jungle

De volgende ochtend zagen we pas goed waar we terecht gekomen waren. Een prachtig kleine resort, tegen de jungle aan, dichtbij zee. En hier zagen en vooral hoorden we de vogels en de gekko’s echt. In de verte hoorde je de golven in branding rollen. Hier kunnen we even bijkomen van de gekte van Java.
We gingen na het ontbijt dan ook lekker uitwaaien op het dichtbij gelegen strand. Het was een prachtig strand met verderop een klein vissersdorpje. Mensen waren druk bezig met hun netten en boten. Sommige waren de kleine visjes uit de netten aan het halen.
Het was een beetje regenachtig maar dat kon de pret niet echt drukken. Het was een klein paradijsje op aarde. Geen toeristen, heerlijke wind, lokale bevolking aan het werk. Na een stevige wandeling, maken van veel foto’s en wat pret in het water liepen we weer terug naar ons verblijf.
Vandaag is het verder gewoon een rust dag. In de avond weer een heerlijke indonesisch maaltijd met z’n allen gegeten. En na een bintang of iets anders was het vroeg naar bed.

Bootje varen en jeep rijden

De volgende dag ging al vroeg de wekker. Het wordt een drukke en lange dag. Voor het eerste deel van de dag staat een boottocht gepland naar een nog stiller strand. En voor de tweede deel staat een jeep rit door de jungle gepland. Met een bezoek in de avond aan een turtle hatchery met de mogelijkheid een schildpad aan strand te zien komen om haar eieren te leggen.

De boottocht was heftig, de zee was ruig en de golven volgenden elkaar snel op. De houten vissersbootje waar we in zaten was niet comfortable. Op houten bankjes, opspattend water en het klappen van de boot op de golven maakten het een pijnlijke reis. Monita en Areanne vielen van de bank en werden gelanceerd en kwamen pijnlijk op hun achterste terecht. Daar hebben ze nog enkele blauwe plekken aan over gehouden. De terugreis was minder spannend en bij ons verblijf stond alweer een heerlijke lunch klaar.

Voor het tweede deel van de dag werd ons gezegd ons goed aan te kleden. Vooral vanwege de vele muggen en zandvliegen die we zullen tegenkomen werd ons aan geraden lange kleding en dichte schoenen te dragen. Uhh, ja. Die hebben Monita en ik op Penang achtergelaten. We werden verdeeld over drie jeeps en de rit zou ongeveer 2 uur gaan duren volgens de jonge chauffeurs. Het doel was Pantai Sukamade, waar de turtle hatchery zich bevind. Het is niet mijn gewoonte om deze toeristische attracties te bezoeken. Maar in dit geval wilde ik wel met het gezelschap graag mee.
Het was natuurlijk behoorlijk nat weer geweest en de wegen in een jungle staan bekend om hun ruigheid. Met de modder erbij werd het ook een glibber en glij partij. Wanneer je dan over smalle gladde paadjes langs een afgrond rijd kan het voor sommigen onder ons wel weer spannend worden. Misschien omdat we al het een en ander achter de rug hadden. Maar ineens klommen mensen uit de jeeps op het dak van de jeeps om vervolgens verder te rijden. Dat moet echt vet gaaf zijn geweest, ik liet het aan mij voorbij gaan. Ik zat al oncomfortabel genoeg.
We hebben in een bijna droogstaande rivierbedding wat thee gedronken. Een volgende stop was in een kleine gemeenschap in de jungle. Daar hebben we ons tegoed gedaan aan heerlijk lokaal eten en zelfs een koude bintang gedronken. Het zag er wel erg primitief uit, de keuken was niet meer dan een hok. Maar het smaakte ons goed en niemand die ziek is geworden. Onze schoonzoon heeft zijn Indonesische taal kunnen oefenen met de lokale bevolking. Er was iemand die nog goed Nederlands sprak en hem dus goed kon helpen.

Zoals gezegd, de turtle hatchery is niet mijn ding. En helaas heeft dit bezoek dat maar weer eens duidelijk gemaakt. Voor de anderen was het leuk, ze kregen de kans om de kleine schildpadjes vast te houden. Ze konden, samen met nog 80 anderen, zien hoe een schildpad een kuil graaft en haar eieren legt. Die werden meteen verzameld, tja de hatchery heeft zo natuurlijk nodig voor de volgende toeristen. Iedereen wilde natuurlijk foto’s maken. De schildpad werd op weg terug naar zee ook nog eens door 80 man gevolgd met flashende smartphones.
Monita en ik hebben het geluk gehad dit in stilte te kunnen aanschouwen in Ambalangoda, Sri Lanka. En dus hielden we ons een beetje afzijdig, zijn er toch 2 minder.
Het was natuurlijk donker en we moesten nog terug naar ons verblijf. En dat moest via dezelfde weg als dat we gekomen waren. Wellicht kwam het doordat het donker was, maar het leek minder erg. Hoewel dat schommelen in die koekblik nooit echt comfortabel wordt.

Naar Bali met de ferry.

De volgende dag werd het een minder lange rit van ’n uurtje of 2 naar de Ketapang ferry port om daar de boot naar Bali te nemen. Monita en ik zijn inmiddels wel gewend aan de belabberde staat van de ferry’s in Zuidoost Azië. Maar we wisten dat er nog niet zo heel lang geleden een ferry gezonken was met dramatische gevolgen. Als je dan op een roestig schip zit, afgeladen druk met auto’s en mensen. Een motor hoort die het zwaar heeft, en je dat ook kunt zien en! ruiken aan de uitlaat van het schip. Tja dan denk je nog wel eens na. Je hebt namelijk (bijna) alles wat je lief hebt op deze drijvende roestbak zitten.
Gelukkig bleef dat ding ook drijven en stonden we na een uur of twee weer met beide voeten op vaste land. Deze keer dus op Bali alwaar de regels met betrekking tot ons geliefde drankjes soepeler zijn.
Dus met een bintang, ja het was alweer zo laat, de bus in voor een rit van ’n uurtje naar Pemuteran. Daar zouden we een paar nachten verblijven en een snorkel trip maken.

Snorkelen bij Pulau Menjangan

Na een ontbijt vroeg in de zwemkleding en in de bus op weg naar de boot voor een snorkeltoer. De busrit was zo kort dat ik nog niet eens echt zat. Was wel even overdreven om voor 200 meter in de bus te springen. Maar we hebben alle conditie nodig die we hebben. De zee was niet erg kalm vandaag, witte kopjes op de golven. En gezien de vorige ervaring met een ruige zee was het nog maar de vraag of iedereen wel blij is. Na een half uurtje varen kwamen we op de eerste plek aan. Ik dook met enige spanning het water in. Ik wilde graag weer wat moois onderwater zien. Het is alweer een tijdje geleden dat ik gesnorkeld heb. Gelukkig werd ik aangenaam verrast. Zowel de eerste als de tweede aanleg was erg mooi. Het was niet erg druk en de natuur liet zich van haar mooiste kant zien. Een kleine lunch op het eiland zelf sterkte me weer aan voor de 2e duik.

Het was echt een mooie ervaring. Terug op het zwarte strand maar direct een restaurantje ingedoken. Even de zoute smaak wegdrinken en een klein hapje tussendoor, met uitzicht op zee!

Bali, Ubud en regen

Vanuit Pemutaran via de hoge bergen in het noorden van Bali zijn we naar Ubud gereden. De rit duurde een uur of 4 over niet al te beste wegen. Maar we konden op het hoogste punt wel even stoppen om te genieten van het uitzicht. En zoals overal waar toeristen verschijnen komen de locals hun waar aanbieden. Hier stond weer een man met slangen, leguanen, een Luwak kat en vliegende honden. En bijna iedereen die hier stopte wilde wel op de foto met een of meerdere dieren. Of het dier zelf wat in te brengen had weet ik niet. Onze klein dochter die voor een klein spinnetje als in de stress schiet stond opeens ook met zo een enorme python om haar nek. De wereld kan me na 65 jaar nog altijd verrassen. Ik moet eerlijk zeggen, ik was toch wel een beetje aangenaam verrast en trots. Uiteraard gingen er meer van ons op de foto. En we hebben er ook uitgebreid staan genieten van het prachtig uitzicht over het dal.

Ubud midden in de rijstvelden

Ons verblijf waren kleine huisjes midden in de rijstvelden. Ik kan daar enorm van genieten. De rust, de natuur en het uitzicht, dan kom je mentaal helemaal tot rust. Een prachtige plek voor wat zelfreflectie.
Helaas regende het ook en tijdens ons verblijf zou het ook blijven doen. Niet erg, maar als je alleen slippers, sandalen en t-shirts bij je hebt, tja. Monita had het koud, ook niet op gerekend dus opzoek naar een trui. Zelfs na 2 jaar leer je nog, dus nooit meer een vest vergeten!
De omgeving van Ubud is echt prachtig, dat hebben Monita en ik als gezien tijdens een scooter toch hier. Er moest natuurlijk ook een en ander gedaan worden. Een bezoek aan de rijstterrassen en voor de sportievelingen onder ons een raft avontuur over de rivier. Ubud zelf is erg toeristisch en er komen heel veel dagjesmensen. In het centrum van Ubud zal het wel wat drukker blijven met toeristen maar verder is het na 17 uur wel stil.

We hebben als groep nog een middag rond gewandeld in Ubud. Nou gewandeld. De dames zijn met z’n allen een nagelstudio ingedoken. De jonge dames wilden toch ook wel prachtige nagels dus dat werd geregeld. De mannen hadden toch een ander plan. Na een korte slentertocht langs de “toeristen” winkeltjes was het hoog tijd voor bintang. Nou ja, hoog tijd… in elk geval waren er mannen onder ons waarvan de getatoeëerde bomen al gingen hangen van uitdroging. Gelukkig was tegenover de nagelstudio een mannenopvang.
We werden dan ook hartelijk onthaald en voorzien van de zeer benodigde drankjes.

Zilver met gouden prijzen

Na de regenbuien en kou van Ubud was het tijd voor zon, strand en zee. Dus in de bus op naar Canggu, aan de kust.
De jongeren onder ons wilde graag een stop maken bij een zilversmederij. Bali staat immers wel bekend om de zilversmederijen. Onze kleinzoon had vorig jaar een paar mooie sieraden gekocht bij een smederij. Dus met het geld brandend in de zak op naar de zilversmederij. Helaas werd dat een kleine teleurstelling. De medewerkers van de smederij hadden pauze dus daar was niets te zien. En de zilverprijzen in het winkeltje waren enorm gestegen t.o.v. vorig jaar. Dus met lege handen en geld in de zakken maar weer de bus in om onze weg naar Canggu te vervolgen.

Insta City Canggu op Bali

Canggu is echt een toeristisch dorpje met heel veel jonge mensen. En met een hoog gehalte aan “Instagram people” zoals ik ze gekscherend noem. Iedereen is tegenwoordig een influencer of een fotomodel. En men wordt nog boos als je toevallig in beeld staat. Of je even aan de kant wil gaan want er moet een foto van haar gemaakt worden. Ik vind dat men een beetje de sociale fatsoensnormen vergeet, maar hé, ik ben een boomer. Het gaat allemaal om zien, gezien worden en posten op “social media”. Ik heb er van genoten om naar dat circus op het strand te aanschouwen. Van alles wordt meegesleept, parasols, lampen en hele camera tassen vol. Helaas voor deze mensen zijn de foto’s die men wil maken allang gemaakt en gepost. Maar als je mee wil tellen, dan moet je natuurlijk ook zo een foto hebben, ik begrijp dat wel.
Jammer alleen dat de geposte foto’s zijn “gefotoshopt” en helemaal niet meer met de werkelijkheid overeenkomt. Niet helemaal het dorp waar ik me thuis voel met al die herinnering-striemen in mijn gezicht. Maar ach we hebben Photoshop, dus achteraf tel ik gewoon mee.
We hebben heerlijk van het weer, strand, zee en het eten en drinken genoten. Kinderen nog even aan het surfen geweest. Op het strand van Canggu is het wel weer heerlijk.

Einde van een prachtige reis

Maar zo kwam wel het einde van onze toer in zicht. We hebben prachtige 3 weken gehad met een heerlijke mix van activiteiten, cultuur en strand. Het is vermoeiend maar we hadden geen seconde willen missen. Heerlijk en voor ons voor herhaling vatbaar. Mag ook in een ander land in Zuidoost Azië.

Onze gereden route op Java en Bali

Afscheid genomen van Yonathan die in de avond nog op reis ging naar huis op Java. En de volgende dag zelf ook inpakken en met een andere bus op weg naar het vliegveld van Denpasar.
Op Monita en ik na, ging het gehele gezelschap met een vliegtuig naar Jakarta. Om vandaar verder te vliegen naar Nederland. Monita en ik bleven nog een nacht in Denpasar, dicht bij Kuta beach. En de volgende dag wandelden we naar het vliegveld om naar Penang, Maleisië terug te vliegen.

Nou en hoe dat is afgelopen dat weten we inmiddels wel.

Ons fotoboek van 3 weken Indonesië met de familie.

Geef een reactie